Experts in fire protection

Overzicht van de voordelen

De blussende werking van kooldioxide berust op een snelle verdringing van de zuurstof van de brandhaard en een hoog warmtebindend vermogen. Op grond van de bijzondere eigenschappen van het blusmiddel kunnen kooldioxideblusinstallaties niet alleen hele ruimtes maar ook open installaties gericht beschermen. Kooldioxide vormt een natuurlijk bestanddeel van de omgevingslucht en is elektrisch niet geleidend. De blusmiddelbevoorrading bij kooldioxideblusinstallaties vergt maar weinig plaats.

 

  • Geschikt zowel voor de ruimtebeveiliging maar ook voor de bescherming van vrijstaande installaties
  • Kooldioxide vormt een natuurlijk bestanddeel van de omgevingslucht, en is daarom vrijwel overal en altijd beschikbaar
  • Blust residuloos en zonder inwerking op de te beveiligen installaties
  • Chemische reacties door het blussen zijn zo goed als uitgesloten
  • Het blusmiddel is elektrisch niet geleidend en dus ook geschikt voor de bescherming van onder spanning staande installatiedelen
  • De homogene blusmiddelverdeling en de snelle concentratieopbouw zorgen voor optimale effectiviteit
  • Na de inzet behoeven er geen blusmiddelresten te worden opgeruimd en vervallen de bijbehorende kosten.
  • De bluswerking is zelfs bij lagere omgevingstemperatuur verzekerd
  • Bewijsbaar betrouwbare blussing biedt de hoogst mogelijke bescherming van bedrijfsmiddelen
  • De installatietechniek en de componenten werden al tientallen jaren beproefd
  • Het modulaire systeem dat voor meerdere zones geschikt is, past zich probleemloos aan bij alle ombouw- en uitbreidingsmaatregelen
  • Het Minimax systeem maakt een bijzonder plaatsbesparende blusmiddelopslag mogelijk, vooral bij lagedrukopslag
  • Na de inzet is het blussysteem snel en economisch weer gereed voor gebruik
  • Goedkeuringen door erkende testinstanties en installatie conform de internationale richtlijnen zorgen voor aanvaarding bij de verzekeringsmaatschappijen en de bouwgoedkeuringsprocedures
  • Verzekeringsmaatschappijen honoreren de inbouw met premiekortingen op de brand- en bedrijfsonderbrekingsverzekering (BOV)

Opbouw

1
Omslag- en veiligheidsklep
2
Branddetectie-element
3
Pneumatisch besturingssysteem
4
Elektrische claxon
5
Ruimtebeschermingssproeier
6
Branddetectie- en stuurinrichting
7
Voorstuur-, of zoneklep
8
Veiligheidsproeier installatie
9
Pneumatische claxon
10
Lagedruktank met weeginrichting
  1. Omslag- en veiligheidsklep
  2. Branddetectie-element
  3. Pneumatisch besturingssysteem
  4. Elektrische claxon
  5. Ruimtebeschermingssproeier
  6. Branddetectie- en stuurinrichting
  7. Voorstuur-, of zoneklep
  8. Veiligheidsproeier installatie
  9. Pneumatische claxon
  10. Lagedruktank met weeginrichting

Functie

Bevoorrading in lagedruktanks

Als binnen het kader van het veiligheidsconcept een groter blusmiddelvolume nodig is, biedt zich – bijzonder uit economisch perspectief – een lagedruktank aan.  Het vloeibare kooldioxide wordt daarin bij een temperatuur van ca. –20°C en een bedrijfsdruk van ca. 20 bar bewaard. Voor de constante lage temperatuur zorgt een koelsysteem. De optimaal ontworpen isolatie verlaagt de operationele kosten. De voorraadtank is op een eenvoudig elektronisch weegsysteem gemonteerd, dat te allen tijde het actuele vulgewicht en dus ook een verdwijning van het blusmiddel afbeeldt.

Opslag in stalen hogedrukflessen

De stalen hogedrukflessen zijn op de plaats van opstelling ondergebracht in een speciaal frame met individuele ophangsystemen en gecombineerd tot één enkele blusmiddeleenheid. In een opstelling van één rij of meerdere rijen zijn zo op de meest compacte ruimte verrassend grote blusmiddelvoorraden opgeslagen. De speciale frames maken een probleemloze aanpassing mogelijk, bijvoorbeeld aan een uitbreiding van de beveiligde zones, of een snelle uitwisseling van afzonderlijke flessen. Ieder afzonderlijk ophangsysteem is tegelijk een weeginstallatie die minimaal verlies van blusmiddel automatisch afbeeldt.

Bedrijfsklare status en bedrijfszekerheid

Neuralgische functies en componenten van de blusinstallatie, zoals blusmiddelvolume, afsluit-, activerings-, en verdelersystemen, worden bewaakt om de constante bedrijfsklare status van de blusinstallatie te verzekeren.

Besturing en functiebewaking van de kooldioxide-brandblusinstallaties vindt plaats met het Minimax-brandmeldsysteem. Brandmelders bewaken de beveiligde zones. Als bijv. rook, een ontoelaatbare temperatuurstijging of vlammenontwikkeling wordt gedetecteerd, dan activeert de brandmeldcentrale het blusproces.

Applications

Filterinstallaties

Beschermingsgebied

Filterinstallaties worden overal ingezet waar in het productieproces dampen ontstaan en door wrijving stof ontwikkeld wordt. Fijn stof ontstaat bijvoorbeeld bij het frezen of snijden van kunststoffen of bij de bewerking van andere materialen.

Risico's

  • Explosieve atmosfeer
  • Licht ontvlambaar stof in de filterhouders

Brandbeveiliging

Kooldioxideblusinstallaties zijn ideaal geschikt voor de brandveiligheid van filterbehuizingen. Bij metaalafzuigingen daarentegen vormt het Oxeo blussysteem met het blusmiddel Argon de juiste keuze om reacties tussen het blusmiddel en het brandbare metaal uit te sluiten. Een brandmeldsysteem activeert de blusinstallatie.

Gasturbines

Beschermingsgebied

De gasturbine vormt de kern van de gas- en stoomkrachtcentrale. De hoofdcomponenten daaraan zijn vanwege de geluidsbescherming ondergebracht in een geluidskap ondergebracht.

Risico's

  • Hete oppervlakken waaraan smeerolie kan ontbranden
  • Hoge brandbaarheid

Brandbeveiliging

Kooldioxideblusinstallaties zorgen voor de snelle residuloze brandblussing – ook in moeilijk toegankelijke zones. Bij grote turbines worden vaak lagedruk CO₂-blusinstallaties toegepast, omdat er op grond van de vloeibare opslag maar weinig ruimte voor veel blusmiddel nodig is. Als alternatief bieden Minifog ProCon XP hogedruk watermistblusinstallaties een betrouwbare brandveiligheid. Vergeleken met klassieke sproeiwaterblusinstallaties kan Minifog ProCon XP met ca. 95% minder bluswater toe. Deze extreem geringe waterinzet vermindert het gevaar van waterschade en van het thermisch kromtrekken van hete machinedelen tot een minimum. Een brandmeldsysteem activeert de blusinstallatie met UniVario vlammen- en waarschuwingsmelders.

Gevaarlijke stoffen en opslag van brandbare vloeistoffen

Beschermingsgebied

Als gevaarlijke stoffen gelden stoffen of mengsels die explosiegevaarlijk, ontvlambaar, schadelijk voor de gezondheid of gevaarlijk voor het milieu zijn. De magazijnen waarin deze opgeslagen worden kunnen uit iedere gewenste constructie bestaan, waarbij toch voor hun concipiëring bijzondere wetten en verordeningen gelden. Deze vereisen onder andere valbeschermde opslag, bodembescherming door opvangbakken en bluswaterretentiesystemen evenals de vermijding van bedrijfsmatige ontstekingsbronnen.

Risico's

  • Snelle branduitbreiding
  • Verwoestende gevolgen van een brand voor personen en het milieu

Brandbeveiliging

In principe wordt in magazijnen van de te plannen brandveiligheid in het bijzonder door de eigenschappen van de opgeslagen goederen bepaald. Daarom wordt hier bijna het gehele spectrum van de brandblusinstallaties ingezet. Vaak vormen bij deze opslagvormen Oxeo inertgasblusinstallaties de voorkeursoplossing: Branden worden snel en zonder residu geblust en mogelijke reacties tussen brandmateriaal en blusmiddelen zijn uitgesloten. Alternatieven zijn Oxeo Prevent zuustofverminderingsinstallaties of schuimblusinstallaties. Een brandmeldsysteem activeert Oxeo inertgasblusinstallaties en Oxeo Prevent zuurstofverminderingsinstallaties. Voor de detectie worden UniVario vlammen- en warmtemelders ingezet.

Kabelgoten

Beschermingsgebied

Of het nu gaat om elektrische voeding of dataverbinding – voor de werking en de voeding van een krachtcentrale zijn er veel kabels vereist. Voor de bescherming en uit visuele overwegingen worden de kabels via kabelgoten verdeeld en in kabelruimtes of kabelvloeren gebundeld.

Risico's

  • Technische defecten zoals kortsluitingen
  • Razend snelle branduitbreiding

Brandbeveiliging

Zowel in kabelgoten als ook in kabelruimtes en -vloeren wordt de Minifog ProCon watermistblusinstallatie ingezet. Bij toepassing in de kabelgoot met impulssproeiers en in kabelruimtes en -vloeren met dubbele holle kegelsproeiers, valt de watermistblusinstallatie op door het minimale waterverbruik. De detectie en activering van de watermistblusinstallaties vindt plaats in kabelgeleidende zones via brandmeldsystemen met optische rookmelders. 

Lakinstallaties

Beschermingsgebied

In lakinstallaties worden grondlaag, onderlaag en deklaag of blanke laklaag vaak elektrostatisch met spuitrobots op carrosserieën of grotere werkstukken aangebracht. Lakinstallaties bestaan in de regel uit installaties voor de voorbehandeling van de voertuigen, spuitcabines met spuitrobots, koelzones en droogruimtes, filtersystemen evenals diverse werkcabines voor inspectie en nabewerking. Installaties voor luchttoevoer en luchtafvoer zorgen in de spuit- en werkcabines voor het benodigde werkklimaat.

Risico's

  • Technische defecten aan de elektrische voeding
  • Licht ontvlambare lakken die oplosmiddel bevatten
  • Vonkvorming
  • Lakafzetting in de droogovens

Brandbeveiliging

Sprinklerinstallaties vormen in spuitcabines, lakdrogers en werkcabines voor handbewerking vaak de eerste keuze. Bij lakdrogers met temperaturen boven de 100°C is een sprinklerinstallatie met een drogebuizennet noodzakelijk. Als de technische installaties in de spuitcabine – bijvoorbeeld de filtersystemen – bijzonder kwetsbaar zijn voor water, dan bieden de waterbesparende Minifog ProCon watermistblusinstallaties een goed alternatief. Voor spuitrobots biedt Minimax een speciale oplossing op basis van de kooldioxide hogedrukblustechniek. Speciale, snel aansprekende FMX-vlammenmelders detecteren de beginnende brand en geven signalen af aan de brandmeldcentrale. Deze verzendt stuurimpulsen voor uitschakeling van robots, transporttechniek, verf-, lucht- en blusmiddeltoevoer en activeert de blusinstallatie. De perslucht naar de spuitrobots wordt uitgeschakeld en in plaats daarvan wordt er kooldioxide doelgericht voor het blussen ingezet

Warmwalserij-installaties

Beschermingsgebied

Gloeiend geleverde plakken staal bereiken in de oven temperaturen tussen de 750 en 1.250 graden Celsius voor verdere verwerking. Hierdoor worden vergelijkbare brandgevaren veroorzaakt als in de cokesfabriek en sinterinstallatie. Daar heersen bij het uitwalsen hydraulisch aangedreven persen en kantensnijders vergelijkbare brandrisico's als bij de aandrijfcomponenten bij het gieten van strengen. Lekken in de hydraulische leidingen kunnen eenvoudig een sproeiende straal of olienevel veroorzaken, die in deze omgeving snel kan ontvlammen. Hoge temperaturen zijn ook bij het walsen een permanente begeleider en dus een onvermijdbare ontstekingsbron.

Risico's

  • Hydraulische leidingen langs walsstraten
  • Hoge materiaaltemperaturen

Brandbeveiliging

De automatische branddetectie is vanwege de bedrijfsomstandigheden, zoals gloed, stoom of wegspattende vonken aan de walsinstallaties problematisch. In zonedelen is de branddetectie hier gebaseerd op een bemande intensieve videobewaking. In geval van brand wordt de blusinstallatie handmatig geactiveerd. De apparaten van de warmwalserij worden beschermd door sproeiwaterblusinstallaties.

Gerelateerde technologieën